Actueel
In deze rubriek worden de persberichten van de Federatie Welstand opgenomen.
Draagvlak voor welstandszorg groot
PERSBERICHT Federatie Welstand
AMSTERDAM 01-09-2010
De welstandscommissies in Nederland doen belangrijk werk, en ze doen hun werk over het algemeen goed. Dat vindt de overgrote meerderheid van de mensen die met de welstandscommissie te maken krijgen. De Federatie Welstand deed onderzoek onder architecten en bewoners naar hun opvattingen over het welstandsadvies.
Tachtig procent van de mensen die hun bouwplan laten beoordelen vinden het belangrijk dat er gelet wordt op de kwaliteit van hun woonomgeving. Evenveel mensen vinden dat de commissie goed moet letten op de kwaliteit van het centrum. Een iets kleinere groep vindt het belangrijk dat de commissie aandacht besteedt aan de kwaliteit van het buitengebied (76 %) en aan de kwaliteit van bedrijventerreinen (62 %).
De groep mensen die welstandsadvisering volstrekt onbelangrijk vindt is verwaarloosbaar klein: slechts twee procent (als het over de eigen woonomgeving gaat) tot vijf procent (in het geval van de bedrijventerreinen).
Ook zijn de geënquêteerde bezoekers aan de welstandscommissie over het algemeen te spreken over de manier waarop hun plan behandeld wordt. Ze geven de commissie het rapportcijfer 8 voor de manier waarop het werk wordt gedaan. De bewoners en architecten vinden dat er voldoende ruimte is voor overleg en inspraak en ook over de snelheid van de besluitvorming zijn de bezoekers tevreden.
Natuurlijk wilde de Federatie Welstand weten of mensen die teleurgesteld moesten worden omdat hun bouwplan niet aan de welstandseisen voldoet, veel negatiever oordelen over het nut van de welstandsadvisering en de behandeling door de welstandscommissie. Dat bleek tot onze eigen verrassing niet zo te zijn. Ook al kregen ze een negatief welstandsadvies, ze vinden welstandszorg net zo belangrijk (79%) als de anderen, en ze vinden dat ze voldoende gelegenheid kregen om over hun plan met de commissie in gesprek te gaan.
In Nederland wordt elk bouwplan voorgelegd aan één of meer leden van de gemeentelijke welstandscommissie. Dat is een commissie van onafhankelijke experts en burgers, die beoordelen of het ontwerp voldoet aan de criteria die de gemeente daarvoor heeft geformuleerd. Die welstandscriteria staan in de gemeentelijke welstandsnota. Uit het onderzoek van de Federatie Welstand blijkt dat de informatie over de criteria verbeterd kan worden. De Federatie stimuleert gemeenten om de welstandscriteria met de toelichting die erbij hoort op Internet te plaatsen.
Het onderzoek werd in 2009 uitgevoerd onder 327 bezoekers aan welstandsvergaderingen in Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en Zeeland. 44 van hen kregen te horen dat hun plan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, en dat ze dus geen bouwvergunning kunnen krijgen. Dat is een vrij hoog percentage, veroorzaakt door het feit dat in de vergaderingen van de plenaire welstandscommissie alleen de complexe plannen worden behandeld met een grote impact op de openbare ruimte, en de omstreden plannen die naar het oordeel van het gemandateerde lid van de commissie niet zonder een bespreking in de voltallige commissie van een positief advies kunnen worden voorzien. Verreweg de meeste bouwplannen worden snel en efficiënt door één of enkele gemandateerde leden van de welstandscommissie afgehandeld. In totaal krijgt zo’n 95 procent van de bouwplannen een positief oordeel, soms na uitgebreide discussie en wijziging van het eerste ontwerp.
Het onderzoek weerspreekt de veel gehoorde opvatting dat welstandszorg betuttelend, bureaucratisch en uit de tijd zou zijn.
Het onderzoek bevestigt daarmee de resultaten van ons eerdere klanttevredenheidsonderzoek uit 2006 en van enquêtes, uitgevoerd door het ministerie van VROM (gehele bevolking) en door Architectuur Lokaal (wethouders).
Lees het hele persbericht, incl. grafieken en cijfers hier
Veel meer bouwwerken vergunningvrij
PERSBERICHT Federatie Welstand
AMSTERDAM 01-04-2010 door FtC
Met de publicatie van het Besluit Omgevingsrecht is het aantal bouwwerken waarvoor geen bouwvergunning meer nodig is fors uitgebreid. Calculaties van het ministerie van VROM geven aan dat het aantal bouwaanvragen hierdoor met ruim 50% zal verminderen. Voortaan zijn niet alleen bij woningen, maar overal de bijgebouwen en uitbreidingen (binnen bepaalde grenzen) vergunningvrij. Ook supermarkten, kantoren, horeca, bedrijfsgebouwen, scholen en boerderijen mogen zonder bouwvergunning hun panden uitbreiden en opslagruimtes of loodsen bijbouwen.
Bij globale bestemmingsplannen die nog veel bouwruimte mogelijk maken, kan deze hele bouwruimte zonder nadere (bouw-)vergunning worden bebouwd. Dat betekent dat de gemeente voortaan niet meer toetst of deze bouwwerken voldoen aan de regels voor constructie-veiligheid, brandveiligheid, energiebesparing, of aan welstandseisen en evenmin aan het bestemmingsplan. De regels blijven wel bestaan, maar het is de verantwoordelijkheid van burgers en ondernemers om ze na te leven. Bij overtreding van de regels kan de gemeente handhavend optreden - in het uiterste geval kan dat sloop van het bouwwerk betekenen.
De Federatie Welstand vindt het onjuist dat de rijksoverheid ingrijpt in de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor ruimtelijke kwaliteit. Gemeenten maken zorgvuldige afwegingen in bestemmingsplannen en welstandsnota's over de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Die kwaliteit verschilt van plaats tot plaats en dat betekent dat de gemeenten op de ene plaats zorgvuldiger moeten omspringen met bebouwing, dan op de andere plaats. Die zorgvuldigheid wordt met deze landelijk uniforme regels doorbroken. De Federatie Welstand vreest dat de verruiming van het vergunningvrij bouwen in bepaalde situaties zal leiden tot verrommeling en verwacht een toename van burenruzies.
De nieuwe regels worden van kracht op het moment dat de Wet Omgevingsvergunning in gaat, naar verwachting 1 juli 2010.
Zie over dit onderwerp ons Dossier Vergunningvrij Bouwen
Wabo in Eerste Kamer aanvaard
PERSBERICHT Federatie Welstand
AMSTERDAM 23-03-2010 door FtC
De Eerste Kamer heeft vanmiddag zijn goedkeuring verleend aan de invoeringswet Wabo (Algemene Bepalingen Omgevingsrecht).
Dat betekent dat de wet nog voor 1 april gepubliceerd kan worden en in principe op 1 juli aanstaande van kracht zal worden. Zowel de minister als de Eerste Kamer houden echter nog een slag om de arm. Indien de ICT, die benodigd is om een digitale vergunningsaanvraag te kunnen ontvangen en behandelen, niet tijdig gereed is, dan zal de invoering worden uitgesteld. Er zijn diverse signalen dat het inderdaad niet zal lukken om de ICT tijdig gereed te hebben. De minister van VROM, Tineke Huizinga, heeft beloofd uiterlijk half mei duidelijk te maken of de omgevingsvergunning per 1 juli kan worden ingevoerd.
Met de nieuwe wet worden talrijke, nu gescheiden vergunningsstelsels in één systematiek samengevoegd. Een initiatiefnemer hoeft voor één project nog maar één vergunning aan te vragen. Die ene aanvraag wordt vervolgens getoetst aan alle toepasselijke wetten en regels (zijvoorbeeld milieuwetten, bouwregels, kapvergunningen of ontgrondingen), en leidt tot één beschikking. Wanneer één van de onderliggende regels, zoals bijvoorbeeld de monumentenwet, problemen oplevert, dan wordt de vergunning niet verleend.
Het is voor initiatiefnemers toegestaan om deelvergunningen aan te vragen. Indien er bijvoorbeeld geen zekerheid bestaat over de vraag of voor een bepaald project een milieuvergunning zal worden verleend, kan eerst op dat deel een vergunning worden aangevraagd, voordat het bouw-deel door een architect wordt uitgewerkt.
vergunningvrij bouwen
Met de Wabo wordt ook het aantal vergunningvrije bouwwerken sterk uitgebreid. In het Besluit Omgevingsrecht (BOR), dat tegelijk met de Wabo gepubliceerd zal worden, wordt minutieus geregeld voor welke categoriën bouwwerken straks geen omgevingsvergunning meer nodig is. Zolang het BOR nog niet gepubliceerd is, blijft onduidelijk wat er nu precies gaat veranderen. In grote lijnen is echter duidelijk dat de huidige lijst van vergunningvrije bouwwerken in elk geval blijft bestaan: die aanbouwen en schuurtjes tot maximaal 30 m2 mogen op het achtererf van een woning gebouwd worden, zelfs als dat in strijd is met het bestemmingsplan.
In veel gevallen staat het bestemmingsplan echter een meer bouwruimte toe. In veel bestemmingsplannen is bepaald dat een bepaald percentage van het achtererf bebouwd mag worden, ook bij bedrijfsgebouwen. Voor dat bouwen op het achtererf is, binnen de grenzen van het bestemmingsplan en tot een maximale hoogte van 5 meter, straks geen omgevingsvergunning meer nodig. Dat betekent echter niet dat de bouwregels daarvoor niet meer gelden. Een vergunningvrij bouwwerk in deze categorie moet voldoen aan het Bouwbesluit, de Bouwverordening, het bestemmingsplan, het burenrecht uit het Burgerlijk Wetboek én de criteria uit de welstandsnota. Voortaan is het echter niet meer een ambtenaar en een welstandscommissie die het bouwplan aan die regels toetst, het is de verantwoordelijkheid van de burger/ondernemer zelf om al die regels na te leven. Eerste Kamerlid M. Meindertsma (PvdA) heeft voorgesteld om burgers over al deze regels te informeren via een gemeentelijk BurgerServicepunt.
Lees hier het dossier vergunningvrij bouwen
Gemeente Zaanstad maakt welstand transparant!
PERSBERICHT Federatie Welstand
ZAANSTAD 01-03-2010
Op 18 februari jl. presenteerde wethouder Keijzer de gedigitaliseerde welstandsnota van de gemeente Zaanstad. Daarmee is Zaanstad, na eerdere lanceringen van Stadskanaal en Woerden, de derde gemeente in Nederland die succesvol het traject WelstandTransparant afrondt. Zaanstad hoort daardoor bij de koplopers die hun welstandsnota digitaliseren volgens de landelijke IMWE standaard en beschikbaar stellen via de Centrale Voorziening Welstand. De gemeente maakt daarmee niet alleen het welstandsbeleid publieksvriendelijk toegankelijk, maar bereidt zich ook voor op integrale raadpleging van bestemmingsplan, cultuurhistorie en welstand in het kader van de Omgevingsvergunning.
De gemeente Zaanstad heeft enthousiast deelgenomen aan de pilotfase van het project WelstandTransparant, met als resultaat een gedigitaliseerde welstandsnota volgens IMWE2008: de landelijke standaard voor de digitalisering van welstandsnota’s. Deze standaard maakt gecombineerde raadpleging uit verschillende beleidsterreinen mogelijk. Zo kunnen bijvoorbeeld welstandsbeleid, bestemmingsplan (IMRO) en cultuurhistorische informatie (KiCH) integraal geraadpleegd worden. De opslag van de gedigitaliseerde nota op de Centrale Voorziening Welstand maakt het mogelijk om welstandsinformatie te ontsluiten vanuit verschillende applicaties, zoals een publieksvriendelijke welstandsviewer en een interne GIS-applicatie zonder dat de nota daarvoor op meerdere locaties aanwezig hoeft te zijn. Wijzigingen in de nota zijn daardoor snel en eenvoudig door te voeren.
Zaanstad maakt het door deelname aan WelstandTransparant mogelijk voor burgers, bedrijven en ambtenaren om met een druk op te knop het geldende welstandsbeleid per locatie te bekijken. Transparant welstandsbeleid scheelt frustraties tijdens de toetsingsprocedure, verlicht regeldruk in het kader van Andere Overheid en bevordert de betrokkenheid van burgers en bedrijven bij een aantrekkelijke leefomgeving. Het is dan ook niet voor niets dat deelname aan WelstandTransparant de gemeente punten oplevert op de Overheid.nl Monitor.
De digitale welstandsnota van de gemeente Zaanstad is te vinden via www.welstandsnotas.nl/zaanstad. De landelijke uitrol van het project WelstandTransparant word aangestuurd en deels uitgevoerd door Dorp, Stad & Land adviseurs ruimtelijke kwaliteit. Meer informatie over WelstandTransparant vindt u op www.welstand-transparant.nl
Welstandsnota op internet levert geld op
PERSBERICHT Federatie Welstand
AMSTERDAM 28-01-2010
Digitalisering van het welstandsbeleid volgens het nationale standaardmodel WelstandTransparant levert gemeenten per saldo geld op. Het levert bovendien goodwill en vertrouwen, transparantie, betere dienstverlening, meer begrip en ruimtelijke kwaliteit op, allemaal factoren die niet rechtstreeks in geld zijn uit te drukken. Het vergemakkelijkt het werk van ambtenaren en van de welstandscommissie.
Dat blijkt uit een Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse (MKBA), onlangs uitgevoerd door het ervaren bureau Ecorys.
Digitalisering van de welstandsnota maakt de overheid klantvriendelijk: door het intypen van een adres of het aanwijzen van een gebied op de kaart kan elke burger en elke architect te weten komen welke kwaliteitseisen de gemeente stelt aan het ontwerp. Dat maakt het werk niet alleen efficiënter, het schept bovendien de gewenste duidelijkheid over de welstandstoets. Omdat de nationale standaard gebaseerd is op dezelfde uitgangspunten als de standaarden voor digitalisering van bestemmingsplannen, cultuurhistorie, adresregistratie en dergelijke, is het onderling uitwisselen van deze gegevens niet moeilijk meer. Alle ruimtelijk relevante informatie is dan met één druk op de knop bereikbaar.
De opbrengsten van gedigitaliseerd welstandsbeleid zijn niet enorm. Per saldo levert het digitaliseren van welstandsnota’s voor alle gemeenten tenminste 1,8 miljoen euro op. Dat lijkt weinig, maar bedacht moet worden dat de kosten voor het digitaliseren van welstandsbeleid sowieso niet groot zijn. De landelijke standaard WelstandTransparant is immers reeds ontwikkeld op kosten van de rijksoverheid, regionale welstandsorganisaties en de Federatie Welstand en voor gebruik gereed.
Spring hier naar de webomgeving van Welstand Transparant
Download hier de gehele Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse van Ecorys.
JEF Mühren directeur WZNH adviescommissies
PERSBERICHT Federatie Welstand
ALKMAAR 15-01-2010
Per 1 februari 2010 is drs. ing. JEF Mühren aangesteld als directeur van WZNH, de onafhankelijke provinciale organisatie die voor 41 gemeenten in Noord-Holland adviescommissies inzake welstand, monumentenzorg en ruimtelijke kwaliteit organiseert .
JEF Muhren, al jaren werkzaam als ruimtelijk adviseur in Noord-Holland, volgt hierbij Noud de Vreeze op die sinds afgelopen zomer werkzaam is als stadsarchitect van Amersfoort. Op het bureau in Alkmaar is de bezetting van de organisatie zodoende weer op sterkte om alle ontwikkelingen rond welstand, monumenten en ruimtelijke kwaliteit op de voet te kunnen volgen en uit te dragen.
JEF Muhren is geboren in 1964 te Alkmaar en opgeleid als sociaal geograaf. Hij heeft zich daarnaast bekwaamd op de werkterreinen planologie en stedenbouw. Tot 2001 was hij partner in een architectenbureau in Rotterdam en sindsdien zelfstandig projectmanager en stedenbouwkundig adviseur. Hij werkt sinds eind jaren ’90 regelmatig als adviseur voor WZNH, waarvan zes jaar als voorzitter van de Commissie voor Welstand en Monumenten in Hoorn. Tevens gaf Muhren leiding aan de Themacommissie van WZNH en is hij momenteel voorzitter van de welstandscommissie Zaanstad.
De net aangestelde directeur zal zich richten op de nieuwe koers en werkwijze die het afgelopen jaar binnen WZNH is uitgezet. Centraal staat hierbij het gemandateerd adviseren in kleine commissies voor de kleinere bouwplannen en tegelijkertijd de versterking van de vakinhoudelijke kennis en beleidsmatige advieskracht in de grote commissies. De grote commissies worden daarmee volwaardige commissies voor ruimtelijke kwaliteit, die vroegtijdig in het planproces en met een brede vakkundigheid op de terreinen architectuur, stedenbouw, landschap en cultuurhistorie adviseren.
WZNH voert al enige tijd de ondertitel “adviescommissies voor ruimtelijke kwaliteit”. Dit met de gedachte dat de adviescommissies in een vroeg stadium adviseren om tot goede plannen te kunnen komen die passen bij onze waardevolle omgeving. Om een goede adviseur op het gebied van ruimtelijke kwaliteit te zijn is het niet voldoende om alleen als welstandcommissie bij de laatste stempelpost te staan.
WZNH is daar al enige tijd mee bezig. De opgave voor de komende jaren is deze adviesrol richting gemeenten echt tot gemeengoed te maken. Dit sluit aan bij de gedachten die er bij hogere overheden over welstand leven, maar het sluit hopelijk vooral aan bij de behoeften die er leven op lokale schaal aan een goed onafhankelijk klankbord voor architectuur, stedenbouw, landschap en cultuurhistorie.
WZNH heeft zich de afgelopen jaren sterk gemaakt voor een goede verankering van de uitgangspunten voor het advieswerk van WZNH in de gemeentelijke welstandsnota’s.
Veel van deze nota’s zijn in 2004 bij de wetsherziening in korte tijd gemaakt. De naderende gemeenteraadsverkiezingen en de komst van de WABO, met daarin de verschuivingen ten aanzien van het vergunningvrije bouwen, lijken voor veel gemeenten aanleiding om de welstandsnota’s te herzien. WZNH zal zich hierbij wederom actief opstellen om deze operatie bij gemeenten goed te ondersteunen met de aanwezige ervaring en kennis. Met name de afstemming met andere beleidsterreinen zoals de bestemmingsplanherzieningen en de samenhang met erfgoedbeleid zullen in deze actualiseringsronde nadrukkelijk de aandacht vragen.
Het bestuur van WZNH heeft er het volste vertrouwen in dat met de benoeming van JEF Muhren tot directeur deze brede taakstelling een goede impuls zal krijgen.
Raadsleden bemoeien zich te weinig met schoonheid
PERSBERICHT Federatie Welstand
AMSTERDAM 16-12-2009 door FtC
Gemeenteraadsleden spreken zelden over de kwaliteit van nieuwe gebouwen. Hoewel veel inwoners opgewonden kunnen raken over de kleur of de vorm van nieuwe flatgebouwen of van het bouwplan van hun buurman, wordt er in de gemeenteraadsvergaderingen nauwelijks over gesproken.
Dat blijkt uit het themanummer van het blad “Oog voor welstand” dat geheel is gewijd aan de invloed die de gemeenteraad kan uitoefenen op de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Die invloed is groot, zowel bij het opstellen van beleid, als bij het beoordelen van individuele projecten en knelpunten.
De meeste raadsleden hebben nauwelijks enige kennis van het werk dat welstandscommissies doen, in hun opdracht, bij het bespreken van nieuwe bebouwing. Maar incidenteel schieten ze wel eens uit hun slof. Dan gaat het over gebouwen die er al staan, en die in hun ogen ten onrechte de welstandscommissie zijn gepasseerd. ‘Functioneel is zulke kritiek zelden. De diskwalificaties dienen vaak een politiek doel: afschaffen die welstand’, schrijft Carien Overdijk in het artikel “Raadsleden debatteren zelden over schoonheid”.
Uit recent onderzoek blijkt dat juist de raadsleden die het minste op de hoogte zijn van het werk van de welstandscommissies, het meeste kritiek hebben. De meer geïnformeerde raadsleden, die wel eens een vergadering van de welstandscommissie bezoeken of meegaan op excursie, zijn aanmerkelijk genuanceerder.
“Den Haag verrommelt wetgeving”
Elders in Oog voor Welstand adviseert Geert Jansen, Commissaris van de Koningin in Overijssel, de gemeenteraden om zich niet teveel aan te trekken van de Haagse regelgeving op het gebied van bouwen en ruimtelijke ordening. “Er is soms geen touw aan vast te knopen. De landelijke politiek denkt heel gesegmenteerd. Men wil de verrommeling in het landschap tegengaan, maar verrommelt tegelijk de regelgeving. Ik ben daar niet positief over. Lagere overheden moeten daar vooral niet in meebewegen, maar zich concentreren op de huidige wet en die zo goed mogelijk uitvoeren. Laat Den Haag zijn gang maar gaan”, aldus Jansen.
Laatste nummer
Het themanummer Raad en Ruimte is de allerlaatste editie van Oog voor Welstand. De economische crisis maakt het niet langer verantwoord uitgave van het blad (dat gratis werd verspreid onder 3500 bestuurders en ontwerpers) voort te zetten.
Dit laatste dubbeldikke themanummer kon verschijnen dankzij een bijdrage van het Stimuleringsfonds voor Architectuur.
Lees de inhoud, het redactionele commentaar en enkele artikelen via de volgende link: http://www.fw.nl/fwS.php?oog=laatste
Federatie steunt Modernisering Monumentenzorg
PERSBERICHT Federatie Welstand
AMSTERDAM 11-11-2009 door FtC
De Federatie Welstand is positief over de voorgestelde modernisering van de monumentenzorg van minister Plasterk.
In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de Federatie dat de voorgestelde gebiedsgerichte monumentenzorg een positieve stap is op de weg naar de integrale borging van ruimtelijke kwaliteit. Wel is het logisch, aldus de Federatie, om bij deze operatie meteen ook de modernisering van de welstandszorg mee te nemen. Het kabinet wil immers niet alleen de monumentenzorg, maar ook de welstand onderbrengen in de Wet Ruimtelijke Ordening. Dat is een ingewikkelde operatie: aanbevolen wordt dan ook om een Taskforce borging ruimtelijke kwaliteit in het leven te roepen, onder voorzitterschap van de rijksbouwmeester.
De Federatie schrijft dat de gebiedsgerichte monumentenzorg nooit in de plaats mag komen van de bestaande objectgerichte monumentenzorg. Verder uit de Federatie zorgen over de expertise en de capaciteit van gemeenten in de monumentenzorg, over de herbestemming van vrijkomende kerken en kloosters en over de continuïteit van de provinciale steunpunten monumentenzorg.
Lees hier de brief aan de Tweede Kamer
Eerder schreef de Federatie Welstand al een commentaar op de concept-beleidsbrief van Plasterk. Die kunt u hier vinden: reactie op 'Een lust, geen last'
Nederland gidsland in Mooi Europa
PERSBERICHT Federatie Welstand
AMSTERDAM 28-10-2009
| Heel Europa streeft naar een aangename en fraaie leefomgeving. Met enige jaloezie wordt gekeken naar de grondige en democratische manier waarop Nederland waarborgt dat kwaliteit altijd een rol speelt bij veranderingen in de bebouwing van stad en land. Maar overal worden regels geschrapt en overal wordt de economische crisis gevoeld: twee trends die de ruimtelijke kwaliteitszorg in Europa onder druk zetten. Dit is een van de hoofdconclusies uit de studie die door Prof. Nico Nelissen en Flip ten Cate is verricht naar de stelsels van ruimtelijke kwaliteitszorg in zeven landen van Europa: Nederland, België, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Zwitserland en Spanje. De resultaten van dit vergelijkend onderzoek zijn neergelegd in het boek 'Mooi Europa'. In de zeven bestudeerde landen bestaan weliswaar overal wettelijke regels voor de bescherming van cultureel erfgoed en voor de kwaliteit van de architectuur, maar in de praktijk blijkt dat vooral de zorg voor kwalitatief hoogwaardige nieuwbouw afbrokkelt. Een steeds groter aantal bouwactiviteiten wordt vergunningsvrij verklaard en de rol van adviescommissies (die overigens in alle landen zijn aangetroffen) wordt her en der ter discussie gesteld. |
![]() |

Publicatie Gebiedskwaliteit rond infrastructuur
PERSBERICHT Federatie Welstand
AMSTERDAM 01-10-2009
|
De omgevingen van snelwegen en spoorwegen behoren niet tot de mooiste van ons land. Dat komt onder andere omdat bij de aanleg van infrastructuur zelden is gelet op de effecten die de aanleg heeft op de omgeving, en evenmin op de kwaliteit van het uitzicht vanaf de weg. De gebiedskwaliteit rond infrastructuur is niet zo best. Kan het anders? De opgave is ingewikkeld: de gemeentelijke overheid is verantwoordelijk voor ruimtelijke kwaliteit - daarvoor bestaan instrumenten zoals bestemmingsplan, welstandsnota, structuurvisie, landschapsontwikkelingsplan en grondexploitatie. Maar het gemeentebestuur is zelden opdrachtgever van grootschalige infrastructuur. Snelwegen en spoorwegen 'overkomen' de gemeente, die door optimale inzet van zijn hindermacht kan proberen de kwaliteit te beïnvloeden. |
|
Over dit onderwerp gaat het boek 'Gebiedskwaliteit rond infrastructuur', met essays van de hand van Friso de Zeeuw, Henk Licher en Hugo Priemus, een interview met Jeroen den Uyl en een artikel van Flip ten Cate, Jan Wabeke en David van Zelm van Eldik.
Het boek werd gepresenteerd op het seminar Infrastructuur als katalysator voor geiedsontwikkeling op 25 september 2009. Een verslag van dat seminar treft u hier.
Het boek is, zolang de voorraad strekt, tegen verzendkosten te bestellen bij de Federatie Welstand: info@fw.nl of via telefoonnummer 020-4124964